Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 28 april 2020

Opinie: Studentenhuizen zijn (niet) besmet!

Leven met 15 medebewoners, maar geen huishouden vormen. Sinds de Corona-maatregelen van kracht zijn, worden studenten afgeschilderd als notoire criminelen. De ‘grote pubers’ die door hun roekeloos gedrag de kwetsbaren in de samenleving in gevaar brengen. Nu de lente aanbreekt en het weer aangenamer wordt, zien we steeds vaker groepjes studenten in het park zitten, een potje voetballen of een flesje wijn delen op het balkon. Dit beeld roept bij veel mensen een gevoel van afkeer op, want we moeten toch anderhalve meter afstand houden?

De politie speelt inmiddels ook in op deze afkeer, door flink te handhaven – en te beboeten – op het verbod op groepsvorming. In de noodverordening wordt immers alleen een uitzondering op dit verbod gemaakt in geval van traditionele gezinsvorming. Gezinnen en partners die samen één huishouden vormen hebben niets te vrezen, maar studenten die hutjemutje met elkaar het sanitair, de keuken en de gemeenschappelijke ruimtes delen moeten, zodra ze een voet buiten de deur zetten, ineens 1,5 meter afstand houden. Sterker nog, de politie waarschuwt zelfs studenten die samen op een gedeeld balkon van een studentenhuis zitten, zoals onlangs in Amstelveen en Leiden het geval was.

Hoe eerlijk is deze rechtsongelijkheid tussen ‘traditionele gezinnen’ en studentenhuizen? Als ik kijk naar mijn eigen studententijd en die van mijn vrienden, dan weet ik dat een studentenhuis niet de plek is om afstand van elkaar te bewaren. Je bent aangewezen op je eigen schaarse vierkante meters van je studentenkamer en de (sanitaire) voorzieningen zijn veelal gemeenschappelijk. Een studentenhuis heeft in alle opzichte de kenmerken van een normaal huishouden als het gaat om het besmettingsrisico. Heeft één iemand in huis het virus, dan is het logische gevolg dat iedereen er vervolgens mee besmet raakt. Net als gezinnen, vormen studentenhuizen dus een ‘besmettingseenheid’. Waarom zou je studentenhuizen dan uitsluiten van het begrip ‘huishouden’.

Dus in plaats van te handhaven in de richting van studenten, waar we in de meeste gevallen geen vooruitgang boeken in de strijd tegen het coronavirus, moeten we een positieve aanpak verkiezen boven repressie. Uitgaan, bezoekjes aan de bioscoop, het terras en een sportwedstrijd zitten er voorlopig niet in. We zijn in deze tijd meer gebaat bij het zoeken naar alternatieven voor dagelijks vermaak, leg daar de focus op en niet op het handhaven van een samenscholingsverbod op de stoep van een studentenhuis. Laten we groepen die een besmettingseenheid vormen niet meer ongelijk behandelen en studentenhuizen aanwijzen als een huishouden. Laten we bovenal studenten die ook last hebben van de opgesloten situatie, met dezelfde steun en sympathie behandelen als ieder ander.

 

Tjoek Korenromp