Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 29 november 2018

Lessen van Werkmakelaar-Oost

Werkmakelaar-Oost heeft als dossier de Deventer politiek het afgelopen jaar flink hoofdpijn bezorgd. Het bedrijf Werkmakelaar-Oost zou bijstandsgerechtigden via proefplaatsingen aan werk helpen. Dat kwam in 2016 als geroepen, er zaten toen veel Deventenaren in een bijstandssituatie. Maar het bedrijf kwam in financiële problemen en ging in juni 2018 failliet.

 

Kritiek

Er was veel kritiek op de manier waarop de samenwerking met Werkmakelaar-Oost door wethouder Kolkman werd georganiseerd. Fractievoorzitter Jan Schuring zei toen: ‘’Goede intenties leiden niet altijd tot goede besluiten’’. In juni besloot de raad unaniem tot een nader onderzoek naar de regie en uitvoering op dit dossier. In november was dit onderzoek gereed. Rard Metz zat namens de D66 fractie in de klankbordgroep.

Resultaten onderzoek

Het onderzoek, uitgevoerd door bureau Twijnstra en Gudde, zorgde door de vele extra details en door hoor- en wederhoor voor een goed overzicht. Het totaalbeeld stemt niet vrolijk. Veel benadeelden zijn niet geholpen in hun zoektocht naar betaald werk. Subsidieverstrekking gebeurde op basis van onduidelijke financiële gegevens. Samenwerking en risicoborging volstrekt was onvoldoende. Wethouder en ambtenaren hebben tussen 2016 en 2018 erg veel signalen gemist.

De toenmalig verantwoordelijk wethouder was op het dossier WM-O onvoldoende in control op uitvoering en beheersing risico’s, vanaf de opstart, de uitvoering en de afwikkeling.

Aanbevelingen

Het rapport doet een zestal aanbevelingen. Het nieuwe college, met Thomas Walder als portefeuillehouder, neemt die aanbevelingen over. Daar zijn we als D66 natuurlijk blij mee. Dat betekent concreet dat er beter spelregels komen voor samenwerking met externe partners, beter risicomanagement en betere afstemming tussen college, raad en ambtenaren.

Reactie vanuit D66 fractie

Binnen de coalitie is stevig gediscussieerd over een passende reactie op dit falen.

De D66 fractie vindt het belangrijk dat we vooruitkijken en leren. Hoe kunnen we vergelijkbare trajecten in de toekomst minder risicovol maken?  Want in de toekomst zullen preventie en nieuwe vormen van samenwerking nodig zijn. Daarvoor hebben we  pilots en experimenten nodig. Het is belangrijk dat de regie op pilots extra zorgvuldig zijn. Dat vraagt zeker een lerende houding van de verantwoordelijk wethouder. Er moet ruimte zijn om fouten te maken, maar er moet wel lering uit getrokken worden.

Motie

Alles afwegende heeft onze fractie (bij monde van onze woordvoerster Gerry Stegeman) samen met GroenLinks en de andere coalitiepartijen een motie van ongenoegen en bezorgdheid geformuleerd die bij het raadsdebat op 28 november is aangenomen. Een casus van “eens maar nooit weer”.